|
Zelfverdedigingsstage onder leiding van Jan Bloem sensei Zaterdag 22 maart 2003 René Bultje |
| Gemiddelde beoordeling van dit artikel: 5 (28 lezers) |
|
De zon is al geruime tijd op. Het belooft een mooie dag te worden in maart. Iedereen is zich aan het voorbereiden op de dag. De een gaat met zijn vrouw/vriendin boodschappen doen, de ander reist af naar Hoogezand om een karatestage te volgen van sensei Jan Bloem (om daarna alsnog de Edah in te duiken). Deze stage wordt georganiseerd door de karateverenigingen Go No Keiko en Dojo Ohtsuka. Wie is nu eigenlijk Jan Bloem? Jan Bloem is iemand die al vele jaren actief is in de karatesport. Na vele karatestijlen te hebben beoefend heeft hij zich nu toegelegd op het Goju Ryu karate onder leiding van sensei Sydney Leijenhorst bij vereniging Ta Mo. Daarbij moet opgemerkt worden dat naast Sydney Leijenhorst ook Chris de Jongh een belangrijke informatiebron vormt voor Jan Bloem als het gaat om het Okinawa Goju Ryu. Vanuit zijn achtergrond (o.a. Bewegingswetenschappen) benadert hij vechtsporten vanuit een wetenschappelijk kader. Zo heeft hij tal van artikelen geschreven over karate en de psyche en heeft hij meer dan eens een artikel verzorgt in de Taiko (het bondsblaadje van de Nederlandse Karate Bond). Kortweg, het beloofde een interessante stage te worden. Temeer door de thema's van de stage: Psychofysieke weerbaarheid en Karate Jutsu. De ochtendsessie stond in het teken van psychofysieke weerbaarheid. In het kort: weerbaarheid waarbij de geest en het lichaam met elkaar in balans zijn. Hoe moeilijk dit is kwam aan de orde bij de eerste oefening: a là Karatekid in de kraanvogelstand gaan staan. Het blijkt dat zonder de ingrediënten van een goede gronding (stand), centreren (de knoop laag in de buik) en een goede focus dit zeer moeilijk is. Vooral de focus is hierbij zeer belangrijk. Als je je concentreert op een vast punt blijkt het een stuk gemakkelijker te gaan. Deze drie onderdelen vormden een rode draad door de rest van de oefeningen. Zowel iemand fysiek uit balans brengen (onder andere door middel van Chinees- en Mongools worstelen) als iemand mentaal uit balans brengen vormden de oefeningen. Bij deze laatste oefeningen putte Jan uit zijn eigen ervaring als docent, waarbij hij kinderen helpt die gepest worden. Negeren van kwetsende opmerkingen blijkt het devies, echter in de praktijk is dit moeilijker dan gedacht (wat bleek uit de oefeningen). Toch is dit goed mogelijk mits je een goede focus hebt. Praktische tips voor het fysiek uit balans brengen kunnen ook goed toegepast worden. Een voorbeeld hiervan is iemand benaderen vanuit de loodlijn. De tweede sessie had betrekking op het karate jutsu, ofwel het toepassen van technieken in de praktijk onder andere bij zelfverdediging. Tal van oefeningen werden gedaan waarbij invloeden van Russian Combat, Karate en Krav Magna gecombineerd werden. Ga bij zelfverdediging op zoek naar de kwetsbare punten van de tegenstander zonder zelf je eigen kwetsbare punten open te stellen. Bij een aanval met een mes probeer je bijvoorbeeld ietswat gebukt en met je lichaam naar achteren de aanval af te weren, waarna je direct 'op zoek' gaat naar bijvoorbeeld de ogen, neus of kees. Tevens werden een aantal grondoefeningen uitgevoerd waarbij je onder een aanvaller ligt. Door gevaarlijke karakter van de oefeningen werd ons nog wel op het hart gedrukt deze niet in de praktijk te gebruiken tenzij het echt noodweer is. Vanwege het juridische karakter... Zeer positief aan deze stage was de manier waarop Jan de informatie aan ons overbracht. Duidelijk is zijn didactische ervaring die hij opgedaan heeft in zijn werk als docent. Op een ongedwongen en niet arrogante manier kwamen veel facetten van de zelfverdediging aan de orde. Dit in tegenstelling tot andere stages...
|
















